Spelregels squash

Spelregels squash

 

  • Bij de opslag moet minstens 1 voet binnen het serveervak staan, zonder daarbij een lijn te raken, de andere voet mag overal staan;
  • Sla de bal op de voormuur boven de serveerlijn en onder de uitlijn (en daarna eventueel op de zijmuur). De bal moet dan in het ontvangstvak komen;
  • De ontvanger mag overal staan, als hij de serveerder maar niet in de weg staat;
  • De serveerder mag naar het midden van de baan, bij de ”T”, mits hij de ontvanger niet hindert als deze gaat slaan.
  • De bal mag de uitlijn of tin niet raken, bij squash: lijn = uit
  • Men kan ten allentijde een punt scoren (rally point systeem), dus ook als men niet aan service is

 Veiligheid voor alles!

Omdat squash in een betrekkelijk kleine ruimte wordt gespeeld en de spelers vaak dicht naast elkaar staan, is het van groot belang je racket op de juiste wijze te hanteren. Door de arm bij de zwaai gebogen te houden, vermijdt de speler de kans op een gevaarlijke achterzwaai of uitzwaai, die bovendien verboden is. Een speler dient er rekening mee te houden dat de tegenstander ten allen tijde de bal moet kunnen slaan en dient hem hiertoe alle benodigde ruimte te geven. Indien de speler uit vrees om zijn tegenstander te raken de bal niet slaat, speelt men een let (d.w.z. dat de rally opnieuw gespeeld wordt). Zou de speler de bal wel slaan, missen en dan pas let vragen, dan wordt in dit geval geen let gespeeld en gaat de service naar de tegenpartij.

 

Dubbelspel

Het officiële dubbelspel bij squash is ingewikkeld en vraagt oefening en techniek. Om de veiligheid te waarborgen, heeft de internationale racketlonbond voor een andere variant gekozen.  De speler die van het duo het minst goed is in squash start de wedstrijd. Deze speelt een enkelspel tot de 11 tegen de minst goede squasher van de tegenstander. Wanneer één van beide spelers 11 punten heeft behaald, wisselen de spelers met hun dubbelpartners. Zij zullen deze partij afspelen tot de 21.